PARAGRAFEN

Rekenkameronderzoeken

Sinds 2019 monitoren we de interne doorwerking van de aanbevelingen van de onderzoeken van de Rekenkamer periodiek. Op twee momenten in de P&C-cyclus leggen we dit vast: in de jaarrekening en de begroting. In de begroting kijken we vooruit en rapporteren we over het onderzoeksprogramma van de Rekenkamer voor het komende jaar. In de jaarrekening kijken we terug welke Rekenkameronderzoeken het afgelopen jaar zijn geweest en wat de stand van zaken van de interne doorwerking van de aanbevelingen is.

Om het proces van de interne doorwerking van de aanbevelingen goed te stroomlijnen, is het interne proces 2022 geactualiseerd. Hierbij zijn taken, rollen en verantwoordelijken belegd. Zo stellen we na publicatie van een Rekenkameronderzoek een plan van aanpak op met acties, planning en deadlines om de aanbevelingen op te volgen en te borgen in de organisatie.

De status 'groen' geeft aan dat de aanbeveling is afgerond, 'oranje' betekent dat de aanbeveling is opgepakt maar nog niet of nog niet geheel is afgerond. Een 'rode' status geeft aan dat de opvolging nog niet is opgepakt.

Gezien de omvang van deze paragraaf is gekozen om de rapportage te beperken tot de stoplichtenrapportage per Rekenkameronderzoek. Uitgebreide informatie over de Rekenkameronderzoeken staat in rapporten op Rekenkamer | Gemeente Venlo .

Onderzoek ‘Effecten van cultuursubsidies in Venlo’
De Rekenkamer Venlo wil met de uitkomsten van het onderzoek voor de gemeenteraad inzichtelijk maken of - en op welke wijze - de subsidiesystematiek ertoe bijdraagt dat de met subsidies gefinancierde beleidsdoelstellingen bereikt worden en hoe dat inzichtelijk is of (beter) inzichtelijk kan worden gemaakt voor de raad. Daarvoor zijn drie grote instellingen gekozen: de Bibliotheek, het Co (voorheen het kunstencentrum) en de Maaspoort. Verder zijn uit de lijst met andere culturele instellingen die subsidie ontvangen 6 casussen geselecteerd. Met raadsinformatiebrief ‘Effecten cultuursubsidies Venlo’ van 18 november 2025 hebben we u geïnformeerd over de opvolging van betreffend Rekenkameronderzoek. Bij de raadsinformatiebrief was tevens een infographic bijgevoegd, de ‘Staat van Cultuur 2024’ (inclusief bijhorende toelichting). Daardoor volstaan we hier met een meer beknopte stand van zaken:

Aanbeveling

Actie

Vervolgplanning

Stand van zaken d.d. 19 januari 2026

Status

  1. Concretiseer de doelen van de Cultuurvisie 2020.

Formuleren van één hoofddoel per speerpunt

2e kwartaal 2025.

Op dit moment zijn de huidige doelstellingen uit de cultuurvisie leidend. Deze cultuurvisie wordt in 2026 geëvalueerd. De conclusie van de Rekenkamer dat er meer meetbare doelstellingen benoemd moeten worden in het cultuurbeleid zullen bij een volgende beleidsperiode nader geconcretiseerd en vastgelegd worden in de nieuwe cultuurvisie. Wel heeft al plaatsgevonden:

  • Bijeenkomst met culturele basisinstellingen over concretisering doelen en waardescan;
  • Verkenning Impact gericht werken (incl. deskresearch andere gemeenten);
  • Waarderingskader Venlose musea.

  1. Voorzie de doelen van indicatoren. 

Aan ieder hoofddoel wordt een indicator gekoppeld.

  1. Leg de verbinding tussen beleid en de subsidieverstrekking.

Via de waardescan wordt inzichtelijk gemaakt hoe de instelling aan de doelen bijdraagt.

Door de jaarverslagen die we van de culturele partners ontvangen, en de waardescans hebben we veel gegevens over de effecten van de cultuursubsidies. Hiervan hebben we een weerslag gemaakt in de infographic ‘Staat van Cultuur Venlo 2024’ met toelichting. We hebben ons hierin beperkt tot de culturele basisinstellingen. Ten aanzien van de waardescans zijn de volgende acties ondernomen:

  • De waardescan is ook doorgevoerd bij de subsidieafspraken, periode 2024-2028;
  • Met de waardescan wordt nu al de verbinding gelegd tussen het huidige beleid en de subsidieverstrekking. Door dit in de toekomst te koppelen met de concrete doelen (en indicatoren) uit de nieuwe cultuurvisie kan deze verbinding worden versterkt. Voorbeelden: meerjarige afspraken voor kleinere culturele aanvragers, aparte subsidieregelingen.

  1. Zorg dat in het gehele subsidieproces gestuurd wordt op de doelen.

De geformuleerde hoofddoelen / indicatoren vormen vast onderdeel bij de subsidieverstrekking, en komen terug in de bestuurlijke overleggen, op te leveren waardescan en bij de vaststelling van subsidies.

Door het invoeren van de waardescan kan de impact worden gevolgd. Dit instrument zal de komende jaren verder worden uitgerold en verbeterd, waardoor gedurende de hele subsidieperiode gemonitord kan worden.

  1. Informeer de raad over de effecten van de subsidieverstrekking.

De rapportages van de gesubsidieerde basisinstellingen zullen worden gedeeld met uw raad.
De indicatoren worden opgenomen in Meetbaar Venlo.

De infographic ‘Staat van Cultuur Venlo 2024’ met toelichting geeft inzicht in een aantal  resultaten en indicatoren met betrekking tot cultuurdeelname en cultuursubsidie. De infographic wordt doorontwikkeld en zal 1 keer per twee jaar worden geactualiseerd en aan de raad worden voorgelegd.

Onderzoek ‘Zorgfraude in beeld?’
De Rekenkamers van Noord-Limburg hebben onderzoek laten doen naar de vraag hoe de aanpak van zorgfraude in de regio Noord-Limburg gestalte krijgt. Over de omvang van zorgfraude in Nederland en in Noord-Limburg bestaan geen harde cijfers. Desondanks komen diverse landelijke onderzoeken en betrouwbare schattingen op bedragen van miljarden euro’s per jaar in Nederland. Het doel van het onderzoek was om zicht te krijgen op de verschillende mechanismes, waarborgen en beheersmaatregelen die op lokaal en regionaal niveau het risico op zorgfraude moeten tegengaan. Omdat de gemeenten Venlo, Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venray de inkoop van Wmo en Jeugdzorg en het toezicht op de uitvoering gezamenlijk regionaal belegd hebben, besloten de Rekenkamers van deze gemeenten dit onderzoek ook samen uit te voeren. Het onderzoek focust dus vooral op de regio als geheel en legt waar mogelijk en relevant accenten op de uitvoeringspraktijk op lokaal niveau.

Aanbeveling

Actie

Vervolgplanning

Stand van zaken d.d. 19 januari 2026

Status

  1. Verzoek als raden de colleges om een visie te formuleren op de aanpak van zorgfraude, de bijdrage daaraan van inkoop, contractbeheer, toegang en toezicht en ga hierover als colleges en raden met elkaar in gesprek.

Formuleer een regionale visie op zorgfraudebestrijding en leg dit vast een door de gemeenteraden vastgesteld geactualiseerde beleidsplan.

Streven vaststellen Q2 2026 door gemeenteraden.

Het huidige beleidsplan Toezicht & Handhaving Jeugd en Wmo wordt geactualiseerd in samenwerking met de Noord-Limburgse gemeenten. Ook Midden-Limburg is hierbij actief betrokken. Gezamenlijk wordt gewerkt aan de ontwikkeling en actualisatie van een regionale beleidsvisie op toezicht, handhaving en de aanpak van zorgfraude. Deze visie vormt de basis voor een samenhangende en effectieve aanpak, waarin de rollen en taken van de verschillende betrokken partijen zoals inkoop, contractbeheer, toegang en toezicht duidelijk worden vastgelegd. Vanuit de gemeente Venlo is een beleidsadviseur in de werkgroep hieromtrent  participerend. Het streven is nog steeds om dit beleidsplan voor het zomerreces aan te bieden aan de gemeenteraad. Langs het actualiseren van het beleidsplan, wordt tevens het onderdeel Bibob in zowel de gemeente Venlo als regio verder opgezet, mede in relatie tot het onderdeel zorgfraude.

Daarnaast worden concrete uitvoeringsafspraken opgesteld om de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de betrokken gemeenten verder te versterken. Onderdeel hiervan zijn onder andere het opvolgen van de opgestelde KPI’s in relatie tot de inkoop jeugd.

  1. Investeer als colleges in het fraudebewustzijn van gemeentelijke toegangsmedewerkers en over hun rol als opdrachtgever door middel van periodieke trainingen, themadagen, e-learnings, et cetera. Betrek hierbij bijvoorbeeld RIEC Limburg of de VNG en benut hun aanbod en expertise. Pak dit op in regionaal verband en creëer een gedeeld besef van verantwoordelijkheid voor deze opgave.

Start een jaarlijks trainingsprogramma over fraudebewustzijn voor toegangsmedewerkers van alle gemeenten in Noord-Limburg.

Q4 2025.

In het verleden hebben de toezichthouders de toegangsteams geschoold over dit onderwerp. Dit onderwerp is opgenomen in het plan van aanpak voor de operationele overgang van de toezichthouders naar de MGR en zal hierna opvolging krijgen.

  1. Spreek als colleges regionaal af hoe met melden (en terugkoppeling) van signalen wordt omgegaan. Zorg voor een eenduidige werkwijze en creëer één duidelijk meldpunt voor signalen die inzichtelijk zijn voor zowel toezichthouders als MGR. Beleg de verantwoordelijkheid hiervoor bij een functionaris van de MGR of toezicht.

Doorontwikkelen van bestaande meldpunt tot één regionaal loket met uniforme procedures en duidelijke verantwoordelijkheden voor melden en terugkoppeling van zorgfraudesignalen.

Q1- Q2 2026.

Er is een regionaal meldpunt ingericht dat op de websites van alle gemeenten te vinden is. Het meldpunt wordt onder de aandacht gebracht bij de toegangsteams. De procedures zijn operationeel. Zodra de toezichthouders zijn gepositioneerd bij de MGR, wordt het meldpunt opnieuw geëvalueerd, inclusief de uniforme procedures en de afspraken over opvolging en terugkoppeling van meldingen.

  1. Breng het toezicht organisatorisch onder bij de MGR. Dit kan leiden tot een beter samenspel tussen inkoop/contractmanagement en toezicht, doordat betere en snellere informatie-uitwisseling kan plaatsvinden en toezichthouders een beroep kunnen doen op kennis en expertise die de MGR in huis heeft. Wel dient het contractmanagement en toezicht gescheiden te blijven, om de onafhankelijk positie van de toezichthouder te waarborgen. Daartoe kan, bijvoorbeeld in een protocol, worden opgenomen dat de toezichthouders in ieder geval onafhankelijk zijn in het bepalen van hun prioriteiten, het opstellen van hun jaarplannen, het uitvoeren van hun werkzaamheden en hun advisering etc., zonder beïnvloeding vanuit de MGR of de colleges van burgemeester en wethouders.

Breng toezicht formeel onder bij de MGR en stel een onafhankelijkheidsprotocol voor toezichthouders op.

Q1-Q2 2026.

De positionering van de toezichthouders bevindt zich momenteel in de afrondende fase en is per 1 april 2026 afgerond. De wijze van onafhankelijkheid wordt gegarandeerd in de uitvoeringsplannen.

  1. Geef als colleges een eenduidige opdracht aan de toezichthouders en geef hierbij ambtelijke en bestuurlijke steun.

Formuleer een uniforme opdrachtbeschrijving voor toezichthouders.

Streven vaststellen Q2 2026.

Een uniforme opdrachtbeschrijving voor toezichthouders is in voorbereiding. Deze wordt uitgewerkt in de uitvoeringsafspraken en sluit aan bij het actuele Toezicht- en Handhavingskader regio Noord-Limburg. Er wordt, mede door de toezichthouders en de beleidsadviseurs, gewerkt aan heldere taak- en verantwoordelijkheidsafspraken, afgestemd met de MGR en gemeenten. Bestuurlijke borging volgt via besluitvorming in colleges. Het streven is nog steeds om dit voor het zomerreces aan te bieden aan de colleges.

  1. Zorg als colleges ervoor dat de randvoorwaarden (zoals duidelijke en handhaafbare gemeentelijk verordeningen, toezicht- en handhavingsbeleid, toegang tot informatie, opvolging van interne adviezen) voor het uitvoeren van effectieve toezicht en handhaving binnen gemeenten is geborgd en waar nodig wordt vastgelegd in een formeel proces.

Actualiseer gemeentelijke verordeningen en leg het toezichtproces formeel vast inclusief informatie- en opvolgingsstructuur.

Q3 2026.

Het is van belang dat toezichthouders alles tot hun beschikking hebben zodat zij rol en verantwoordelijkheid goed kunnen uitvoeren. In huidige situatie is dit op orde. Zodra het geactualiseerde beleidsplan er ligt wordt bekeken of verdere verbeteringen noodzakelijk zijn. Dit sluit aan bij de continu lerende structuur van deze taak en rol.

  1. Maak jaarlijks een gezamenlijke regionale risicoanalyse en versterk daarmee het proactief toezicht.

Maak jaarlijks een gezamenlijke regionale risicoanalyse en versterk daarmee het proactief toezicht.

Q2 2026

De jaarlijkse regionale risicoanalyse is in concept uitgewerkt in zowel de uitvoeringsafspraken en in het plan van aanpak van de MGR voor de operationele overgang van de toezichthouders naar de MGR.

  1. Maak als colleges een expliciete afweging of een uitbreiding naar het strafrecht - door toezichthouders als buitengewoon opsporingsambtenaar te benoemen - wenselijk is.

Onderzoek regionaal de wenselijkheid en haalbaarheid van BOA-status voor toezichthouders.

Q2 2026.

De afweging om toezicht uit te breiden naar het strafrecht, door toezichthouders als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) te benoemen, wordt onderzocht in samenhang met de positionering van de toezichthouders bij de MGR en de Wet politie gegevens. De juridische mogelijkheden en verantwoordelijkheden die hierbij komen kijken zijn mede afhankelijk van bij de MGR. Dit onderwerp is opgenomen in het plan van aanpak voor de operationele overgang van de toezichthouders naar de MGR en zal hierna opvolging krijgen.

  1. Maak een gezamenlijke regionale een analyse of de gekozen versterkingsmaatregelen vragen om uitbreiding van de toezichtscapaciteit, en zorg dan ook voor die uitbreiding.

Voer een regionale capaciteitsanalyse uit en breid de toezichtformatie uit waar versterkingsmaatregelen dit vereisen.

Q2-Q3 2026.

Gezien het belang van de toezichthoudende rol is dit onderwerp onderdeel van het plan van aanpak van de MGR voor de operationele overgang van de toezichthouders naar de MGR welke door het AB/DB in Q1 2026 wordt geaccordeerd. Onderdeel van dit plan is een analyse en inschatting of de gekozen versterkingsmaatregelen vragen om uitbreiding van de capaciteit, zodat tijdig kan worden voorzien in de benodigde formatie en middelen.

  1. Verstevig als colleges (in je rol als werkgever) het toezicht door aanbieden van trainingen en cursussen.

Ontwikkel een jaarlijks opleidingsplan met cursussen en intervisie voor toezichthouders ter versterking van hun deskundigheid.

Q4 2025- Q1 2026.

De toezichthouders hebben met grote regelmatig intervisie ter versterking van hun deskundigheid. Dit sluit aan bij de continu lerende structuur van deze taak en rol.

Onderzoek ‘Energiebesparingsplicht voor bedrijven in Venlo’

Aanbeveling

Vervolgplanning

Stand van zaken d.d. 19 januari 2026

Status

  1. Prioriteit leggen bij het op orde krijgen van de benodigde basisinformatie inclusief goede dossiervorming over de bedrijven binnen de gemeentegrenzen die vallen onder de energiebesparingsplicht en de bijbehorende informatieplicht.

Het verbeteren van de informatiehuishouding heeft landelijk prioriteit gekregen. Er is bijvoorbeeld sinds maart 2025 een rechtstreekse koppeling tussen het zaaksysteem van de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML) en het RVO-loket. Inmiddels zijn er 368 dossiers aangemaakt met daarin de verbruiksgegevens die bedrijven en instellingen hebben aangeleverd. De dossiervorming bij de ODNML is op orde.

Sinds november 2025 kan de ODNML via de netbeheerders het  energieverbruik opvragen en inzien. Ook van bedrijven en instellingen die nog géén energiegegevens hebben aangeleverd en dat wel verplicht zijn. Het toezicht op de informatieplicht wordt zodoende effectiever.

  1. De nieuwe groepen bedrijven die sinds (midden) 2023 onder de informatieplicht vallen, zo snel mogelijk actief te bezoeken en te wijzen op de wettelijke verplichtingen en de mogelijkheden tot energiebesparing.

Onder andere de glastuinbouw en de zogenaamde ETS-deelnemers vallen onder de bedoelde nieuwe groepen. In Venlo zijn er ongeveer 45 glastuinbouwbedrijven. ETS is een handelssysteem voor CO2-uitstoot. In Nederland zijn er ongeveer 350 bedrijven die hieraan meedoen. Het aantal bedrijven in Venlo is niet openbaar bekend.
De prioriteit is daarbij gegeven aan bedrijven die onder de zogenaamde grootverbruikers vallen (meer dan 200.000 KWh elektriciteit en/of meer dan 75.000 m3 gas). Bij 50 bedrijven heeft de RUD Limburg Noord een controle uitgevoerd om te bepalen of het bedrijf de verplichte maatregelen (met een investering die binnen vijf jaar terug te verdienen is) heeft getroffen. Het betrof 6 ETS-bedrijven en 4 glastuinbouwbedrijven. De tekortkomingen die daarbij naar voren kwamen zijn ongedaan gemaakt. Een bestuursrechtelijke interventie is tot op heden nog niet nodig gebleken.

  1. Vast te stellen wat de lokale prioriteiten zijn qua toezicht en handhaving (handhavingsstrategie). Het ligt voor de hand om vooral actief op bezoek te gaan bij bedrijven waarvan wordt vermoed dat er veel besparingspotentieel is.

Bij het vaststellen van de regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de taken van de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML, van start op april 2026) worden prioriteiten gesteld voor de milieutaken op basis van een regionale probleem- en risicoanalyse. De gemeenten stellen die gezamenlijk vast en er is dus niet langer sprake van een lokale prioritering, maar van een collectief besluit over de verdeling van mensen en middelen over het takenpakket van de ODNML.

Er is al wel overeenstemming over de prioritering binnen het taakveld energietoezicht en die komt overeen met de voorkeur van de raad.

  1. Hierover de gemeenteraad te informeren.

Uw raad wordt jaarlijks door het college geïnformeerd over het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag.

Onderzoek ‘Meetbaar Venlo bekeken’
Op verzoek van uw raad deed de Rekenkamer een onderzoek naar de indicatoren in Meetbaar Venlo. De Rekenkamer werkte dit verzoek uit in de volgende onderzoeksvraag: “Bieden Meetbaar Venlo en de daarin gepresenteerde indicatoren voor de raad voldoende inzicht in de realisatie van de door het gemeentebestuur geformuleerde ambities, en zo nee, hoe kan dit beter?”

Op basis van de conclusies zag de Rekenkamer drie opties voor de toekomst, en een nuloptie:
0. Meetbaar Venlo blijft wat het is;
1. Stoppen met Meetbaar Venlo, en de indicatoren verplaatsen naar begroting en jaarstukken;
2. Stoppen met Meetbaar Venlo, en de raad beter bedienen met online dataportals;
3. Uitbouwen Meetbaar Venlo naar (jaarlijks) toetsingsmiddel voor collegebeleid.

De auditcommissie heeft zicht in september 2025, analoog aan de bestuurlijke reactie van ons college, verenigd met optie 1. Omdat de jaarstukken een afspiegeling moeten zijn van de begroting, wordt deze optie geëffectueerd met ingang van de cyclus 2027, in casu de programmabegroting 2027.

Deze pagina is gebouwd op 05/22/2026 08:16:40 met de export van 05/22/2026 08:02:24