Inleiding
Voor de strategische opgaven en ambities uit 'Venlo 2040: strategische visie gemeente Venlo' is een solide financieel beleid een voorwaarde. De financiële positie is belangrijk binnen de integrale afwegingen die we maken over de te varen koers op de korte en de (middel)lange termijn. De financiële positie is geen doel op zich. We bekijken dit altijd samen met de maatschappelijke opgaven van de stad. Het gaat erom wat we bereiken voor de samenleving (het maatschappelijk rendement) en de bijdrage aan onze inhoudelijke doelstellingen.
Conclusie financiële positie
Financieel resultaat 2025
De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 30,1 miljoen na verrekeningen met de reserves. De jaarrekening is € 7,5 miljoen positiever ten opzichte van de vastgestelde Slotnota. De financiële indicatoren zijn bij de jaarrekening 2025 licht verbeterd. Dit heeft wel voor een groot deel betrekking op 'uitgestelde' reserveringen. De bestemmingsreserves zijn eind 2025 € 170,3 miljoen. U heeft hier als raad maatschappelijke doelstellingen oftewel opdrachten aan gekoppeld die we de komende jaren realiseren. Dit bedrag heeft nu een (tijdelijke) positieve invloed op de financiële indicatoren. We concluderen dat eind 2025 de financiële positie goed is. Bij onder andere besteding van de gereserveerde middelen volgens de vastgestelde doelstellingen verminderen de bestemmingsreserves. Dit heeft onder andere invloed op de omvang van de reserves en de financiële positie op de middellange termijn.
Financiële verhoudingen
De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) bracht twee rapporten uit: ‘Afrekenen met disbalans’ en ‘Meters maken met medebewind’. De kern voor gemeenten is dat de huidige verhouding tussen taken, middelen en verantwoordelijkheden uit balans is geraakt: Het Rijk legt ambities en taken op zonder structureel voldoende financiering en beleidsruimte. Hierdoor blijven de uitvoerbaarheid en lokale autonomie onder druk staan. De ROB pleit daarom voor duidelijke keuzes, stabiele en toereikende bekostiging, eenvoudiger en minder gedetailleerd medebewind en meer vertrouwen in gemeenten. Zo kan beleid realistischer worden uitgevoerd en daadwerkelijk tot resultaten leiden. Ook de VNG geeft aan dat gemeenten structureel voldoende en vrij inzetbare financiële middelen nodig hebben om hun taken goed te kunnen uitvoeren. Meerjarige begrotingen zijn zelden houdbaar en integrale beleidsvoering wordt bemoeilijkt door verkokerde en tijdelijke geldstromen zoals Specifieke Uitkeringen (SPUK’s). Voor duurzame uitvoeringskracht zijn een transparant en evenwichtig gemeentefonds, meer beleidsvrijheid en heldere afspraken over taken en risico’s cruciaal.
Kabinetsformatie: Coalitieakkoord 2026-2030 ‘Aan de slag’
Het coalitieakkoord van 30 januari 2026 zet in op een verbetering van de interbestuurlijke verhoudingen met een nadruk op een versterkte rol van medeoverheden (waaronder gemeenten). Het coalitieakkoord biedt nog geen zichtbare oplossingen of perspectief voor de balans tussen taken en middelen.
Conclusie
De financiële positie per einde 2025 is gezond. Het positieve resultaat 2025 draagt daar aan bij. Op basis van deze jaarrekening is Venlo weerbaar en wendbaar. Gezien de ontwikkeling van de financiële verhoudingen is de verwachting dat de realisatie en invulling van structurele (strategische) opgaven op de korte en (middel)lange termijn onder druk blijft staan.
Beoordeling financiële positie
De beoordeling van de financiële positie, waarop de conclusie gebaseerd is, gebeurt op basis van de vastgestelde strategische en tactische doelstellingen. Schematisch ziet dit er als volgt uit:
Bij de tactische doelstellingen horen één of meerdere financiële indicatoren. Deze financiële indicatoren- inclusief een analyse en beoordeling- lichten we toe in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en in de paragraaf Financiering. In deze paragraaf staan de belangrijkste conclusies.
Financieel resultaat
Doel is een structureel sluitende begroting. De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 30,1 miljoen na verrekeningen met de reserves. Het saldo van baten en lasten vóór verrekening met de reserves is € 38,3 miljoen. Dit betekent dat er een bedrag van per saldo € 8,2 miljoen is toegevoegd aan de (bestemmings)reserves. Dit is het saldo van onttrekkingen aan reserves € 60,4 miljoen en toevoegingen aan de reserves van € 68,6 miljoen. In het overzicht van baten en lasten staan de verschillen ten opzichte van de bijgestelde begroting op programmaniveau inclusief de algemene middelen verder toegelicht.
Het rekeningresultaat van € 30,1 miljoen is € 7,5 miljoen positiever ten opzichte van de vastgestelde Slotnota van € 22,6 miljoen. Bij de Slotnota is rekening gehouden met een bedrag van € 3,2 miljoen aan budgetoverhevelingen naar het jaar 2026. Tevens is bij de slotnota het amendement verwerkt en is € 3 miljoen toegevoegd aan de reserve leefbaarheidsmaatregelen Venlo-Oost.
De grootste verschillen ten opzichte van de Slotnota zijn, per saldo, op de programmalijnen en algemene middelen:
Programma 1. Gezond en actief Venlo: programmalijn Meedoen | € 1,4 miljoen | V |
|---|---|---|
Programma 2. Leefbaar Venlo: programmalijn Wonen | € 1,7 miljoen | V |
Programma 2: Leefbaar Venlo: programmalijn Omgeving | € 1,4 miljoen | V |
Programma 6: Circulaire en duurzame hoofdstad: programmalijn Energietransitie | € 2,9 miljoen | V |
Algemene middelen | € 1,1 miljoen | N |
Saldo verschillen overige programmalijnen | € 1,2 miljoen | V |
Totaal | € 7,5 miljoen | V |
Een uitgebreide toelichting op de lasten en de baten op de programmalijnen staat onder de programma's bij de beantwoording van de 3e W-vraag: Wat heeft het gekost?
Voldoende weerstandscapaciteit
Doel is het beschikbaar hebben van voldoende middelen (weerstandscapaciteit) voor het opvangen van geïdentificeerde risico's. De risicobereidheid is: "Venlo wil geen risicomijdende gemeente zijn".
De ratio weerstandsvermogen is 2,11 op basis van de direct beschikbare middelen. Dit is iets lager dan de (gewijzigde) begroting 2025 (2,16). De beschikbare weerstandscapaciteit is € 2,1 miljoen hoger ten opzichte van de bijgestelde begroting en de benodigde weerstandscapaciteit is € 1,9 miljoen hoger ten opzichte van de (gewijzigde) begroting. Aandachtspunt is dat een bedrag van € 3,2 miljoen aan budgetoverhevelingen in het weerstandsvermogen is opgenomen dat in 2026 wordt uitgegeven.
De solvabiliteitsratio is 42%. Dit is 7% hoger dan de primaire begroting (35%) en 2% hoger ten opzichte van de (gewijzigde) begroting (40%). Het eigen vermogen is € 33 miljoen hoger dan de begroting na wijziging. Het gerealiseerde jaarrekeningresultaat zorgt voor een stijging van 3%, de hogere reserves voor een stijging van 2%. Mede door het hoger eigen vermogen en de vooruitontvangen bedragen is het balanstotaal € 54 miljoen hoger dan de begroting na wijziging. Dit verlaagt de solvabiliteitsratio met ruim 3%. De solvabiliteitsratio zit ruim boven de vastgestelde streefwaarde van 25%-30%.
Een belangrijk deel van het eigen vermogen, € 170,3 miljoen, bestaat uit bestemmingsreserves. Deze bestemmingsreserves zijn gekoppeld aan het realiseren van doelstellingen. Als we deze doelstellingen realiseren, heeft dit een negatief effect op de omvang van de solvabiliteitsratio.
Wendbare begroting
Bij deze doelstelling gaat het om de bepaling of de begroting voldoende wendbaar is om tijdig te kunnen anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Het kapitaallastenplafond is in 2025 structureel niet overschreden.
De structurele exploitatieruimte is voor 2025 positief en bedraagt 5,6% en is daarmee positiever ten opzichte van de primitieve begroting (0,1%) en licht hoger ten opzichte van de (gewijzigde) begroting (4,8%). De ratio ligt daarmee ruim boven de vastgestelde streefwaarde van groter dan 0. Dit betekent dat op basis van deze jaarrekening onze structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Het gaat om de structurele exploitatieruimte zoals gedefinieerd in het Besluit Begroting en Verantwoording. Als we de rekening afzetten ten opzichte van de begroting 2026-2029 dan verwachten we op basis van de interne analyse dat per saldo, het structureel effect nihil is. Dit geeft het bijzondere en incidentele karakter van het rekeningresultaat 2025 aan.
Acceptabele schuld
De doelstelling is dat de schuldpositie van de gemeente Venlo op een acceptabel niveau is waarbij de netto schuldquotes onder de streefwaarde van < 90% blijven. De schuldquotes (36% en 20%) bevinden zich in 2025 ruim binnen de vastgestelde streefwaarden en zijn substantieel lager dan op basis van de primitieve begroting (respectievelijk 51% en 43%) en lager dan op basis van de (gewijzigde) begroting verwacht werd (respectievelijk 43% en 26%). Positieve effecten op de netto schuld ten opzichte van de begroting na wijziging zijn voornamelijk het jaarrekeningresultaat na mutaties reserves van € 30,1 miljoen, per saldo € 8,5 miljoen meer toevoegingen aan reserves, € 5,5 miljoen minder onttrekkingen aan de reserves en voorzieningen en € 11 miljoen minder investeringsuitgaven.
