PARAGRAFEN

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De financiële positie speelt een belangrijke rol bij de integrale afwegingen over de te volgen koers, op de korte en – in het bijzonder – (middel)lange termijn. De financiële positie is geen doel op zich. We bekijken die altijd samen met de maatschappelijke opgaven van de stad. Het te realiseren maatschappelijk rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij leidend. We beoordelen de financiële op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde strategische en tactische doelstellingen. Bij de tactische doelstellingen horen één of meer kengetallen met door de gemeenteraad vastgestelde streefwaarden.

Samenvatting beoordeling onderlinge verhouding tussen de kengetallen (financiële positie)
In deze paragraaf lichten we de financiële kengetallen toe en beoordelen we ze afzonderlijk. In onderstaande tabel staat een samenvatting van de financiële kengetallen.

Financiële kengetallen

Streefwaarde

JRK 2024

BGR 2025
(primitief)

BGR 2025
na wijziging
(na actualisatie t.b.v. BGR 2026)

JRK 2025

Netto schuldquote (schuld/exploitatie)

< 90%

35%

51%

43%

35%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

19%

37%

26%

20%

Solvabiliteitsratio

25-30%

39%

35%

40%

42%

Grondexploitatie

< 20%

5%

2%

3%

5%

Structurele exploitatieruimte

> 0%

7,6%

0,1%

4,9%

5,7%

Belastingcapaciteit

<= 105%

92,1%

89,5%

87,5%

87,5%

Weerstandsvermogen

>=1,4<2,0

1,90

1,97

2,16

2,12

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen per inwoner

Nvt

€ 1.057

€ 2.152

€ 1.495

€ 1.147

Rentedruk (netto rentelasten/exploitatie)

Nvt

0,25%

0,97%

0,58%

0,50%

Netto schuldquote
Deze schuldquote geeft aan hoe hoog de netto schuld is ten opzichte van de inkomsten. Hoe hoger de inkomsten, hoe meer schulden een gemeente zou kunnen dragen. De netto schuld is het totaal aan schulden minus de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Bij de inkomsten gaan we uit van inkomsten vóór bestemming van reserves, omdat de inzet van reserves geen inkomsten is. De vastgestelde streefwaarde is < 90%.
Per eind 2025 is de schuldquote 35%. Ten opzichte van de begroting na wijziging is de bruto schuld met € 22 miljoen toegenomen. Dit komt vooral door een hoger saldo vooruitontvangen bedragen en nog te betalen crediteuren. Deze posten leiden tot een hoger bedrag in de schatkist en hebben per saldo geen effect op de netto schuld. De netto schuld is per eind 2025 € 45 miljoen lager dan begroot. De netto schuldquote komt daarmee 8% lager uit. De voornaamste oorzaken hiervoor zijn het hogere jaarrekeningresultaat (na toevoegingen en onttrekkingen van reserves) van € 19 miljoen, € 8,5 miljoen meer toevoegingen aan de reserves, € 5,5 miljoen minder onttrekkingen aan de reserves en voorzieningen en € 12 miljoen minder investeringsuitgaven.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Bij de berekening van de netto schuldquote telt het verstrekken van gelden aan derden mee in de hoogte van de schuld. Daarom berekenen we de netto schuldquote ook gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Per eind 2025 is deze schuldquote 20%. Naast de genoemde oorzaken bij netto schuldquote zorgt de lagere opname van de kredietfaciliteit door BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo voor een iets lager effect op de ratio.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteitsratio geeft weer welk deel van de bezittingen van de gemeente gefinancierd is met eigen vermogen. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (algemene reserve en bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Hoe hoger de ratio hoe hoger de weerbaarheid. De raad stelde de streefwaarde bij naar een minimale bandbreedte van 25-30%.
In 2025 kwam de solvabiliteitsratio uit op 42%. Dit is 7% hoger dan primair begroot en 2% hoger dan de begroting na wijziging. Het eigen vermogen viel € 33 miljoen hoger uit. Het gerealiseerde jaarrekeningresultaat zorgde voor een stijging van 3%, de hogere reserves voor 2%. Mede door het hoger eigen vermogen en de vooruitontvangen bedragen is het balanstotaal € 54 miljoen hoger dan begroot. Dit verlaagt de solvabiliteitsratio met ruim 3%.

Grondexploitatie
Grondexploitaties zijn risicovol en kunnen een grote impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Als gemeenten leningen afsluiten om grond te kopen voor (toekomstige) projecten hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van die schuld is het belangrijk te weten of ze die kunnen aflossen wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de aangekochte grond kan immers de schuld worden afgelost.
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Een lage grondwaarde betekent relatief weinig risico maar ook weinig waarde om de schuld te kunnen verlagen uit grondverkopen.
Het kengetal grondexploitatie van onze gemeente is per eind 2025 5%. Dit is 2% hoger dan de begroting na wijziging. Dit komt door € 3 miljoen meer bruto onderhanden werk en € 5 miljoen minder voorziening nadelig exploitatieresultaat. De relatief lage boekwaarde van de voorraden grond in verhouding tot de totale baten laten zien dat het risico beperkt is. Ook is er weinig waarde om de schuld te kunnen verlagen uit grondverkopen.
Naast onze eigen grondexploitaties zitten er ook grondexploitaties bij BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo waar wij een deelneming in hebben. Als de jaarlijkse risicoanalyse hier aanleiding toe geeft, nemen we hiervoor een risico op in de risicoparagraaf. Per 31 december 2025 is dit niet aan de orde.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. We vergelijken de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten de structurele lasten dekken, waaronder de rente en aflossing van een lening. Over het algemeen geldt dus als richtlijn: hoe hoger het kengetal structurele exploitatieruimte, hoe gunstiger dit is voor de gemeente. De streefwaarde voor Venlo voor dit kengetal is > 0%.
De structurele exploitatieruimte is bij de jaarrekening 5,7%. Deze ratio ligt daarmee boven de verwachting bij de primaire Programmabegroting 2025 (0,1%), en boven de streefwaarde van > 0%. Ten opzichte van de begroting na wijziging is de ratio iets gestegen. Een positieve structurele exploitatieruimte betekent dat onze structurele lasten op basis van de jaarrekening gedekt worden door structurele baten.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit laat zien in hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Het geeft aan hoeveel ruimte er is om belastingen te verhogen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit gemiddelde is altijd van een jaar eerder, anders is vergelijken niet mogelijk. De gemeenteraad bepaalt hoeveel de belastingen daadwerkelijk worden verhoogd. Om de flexibiliteit van de begroting te duiden ten opzichte van het landelijk gemiddelde stelde de gemeenteraad een streefwaarde vast van <= 105%.

Het kengetal bedraagt 87,5% en is daarmee ruim onder de streefwaarde. De totale woonlasten voor een gezin met een woning met gemiddelde WOZ-waarde in gemeente Venlo in 2025 zijn lager dan het landelijk gemiddelde.

Weerstandsvermogen
We leggen het weerstandsvermogen verder uit in de volgende paragraaf. In het onderdeel financiële positie uit de samenvatting van dit document staat meer informatie.

Netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen per inwoner
Deze indicator zet de netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen af tegen het aantal inwoners. Door fluctuaties in investeringen kan dit kengetal van jaar tot jaar wisselen. Daarom is de schuld per inwoner vooral voor de middellange termijn een goede indicatie. In 2025 was de netto schuld gecorrigeerd voor verstrekte leningen per inwoner € 1.147. Ten opzichte van 2024 steeg de schuld per inwoner door een hogere netto schuld bij een nagenoeg gelijk aantal inwoners.

Rentedruk
De rentedruk is de berekening van de netto rentelasten gedeeld door de inkomsten vóór bestemming van reserves. Deze indicator laat zien welk deel van de exploitatie gebonden is aan het betalen van rente. Door de extra ontvangen rente in verband met de gunstigere liquiditeitspositie kwam de rentedruk in 2025 op slechts 0,50% uit. Volgens de financiële barometer, een financiële stresstest van een landelijke overleggroep van financiële beleidsmakers van 100.000+ gemeenten, is een rentedruk tussen de 1% en 3% normaal voor een gemeente.

Deze pagina is gebouwd op 05/22/2026 08:16:40 met de export van 05/22/2026 08:02:24