Een overzicht van de verplichte BBV beleidsindicatoren staat op Waarstaatjegemeente.nl .
Dit is Venlo in vergelijking met andere gemeenten met 100.000 - 300.000 inwoners.
6.3.1 Hoeveelheid huishoudelijk restafval per huishouden
Bron: CBS
Toelichting
De beleidsindicator restafval geeft inzicht in de mate waarin inwoners erin slagen herbruikbare afvalstromen – zoals GFT en PMD – adequaat te scheiden. Deze grondstoffen vormen de basis voor nieuwe producten en duurzame energie, waaronder compost en groen gas. De hoeveelheid huishoudelijk restafval weerspiegelt daarmee direct de bijdrage van onze inwoners aan de circulaire economie.
In 2025 bedroeg de hoeveelheid restafval 180 kg per inwoner, een stijging van 1,2% ten opzichte van het voorgaande jaar. Hiermee zet de licht stijgende trend van de afgelopen jaren door. Deze ontwikkeling vergroot de afstand tot het ambitieniveau dat is vastgelegd in het Grondstoffenplan 2030. Van deze 180 kg restafval per inwoner, was 19 kg (grof restafval) afkomstig van het milieustation. Het grootste aandeel (161 kg) betreft fijn restafval dat door de inwoners via de grijze container of ondergrondse container wordt aangeboden. Uit recente sorteeranalyses van dit fijne restafval blijkt dat 60 kg hiervan bestaat uit groente-, fruit- en etensresten (GFE) en 12,5 kg uit tuinafval (T). Dit betekent dat ruim 40% van de totale hoeveelheid GFT(E) die jaarlijks in de Venlose huishoudens vrijkomt nu via het restafval verbrand wordt, terwijl deze stroom bij correcte scheiding hoogwaardig verwerkt kan worden. GFT(E) vormt een essentiële grondstof voor compost en groen gas en levert daarmee een aanzienlijke bijdrage aan bodemvitaliteit, klimaatadaptatie en de energietransitie. Verder verdwijnt ook ruim de helft (55%) van het vrijkomende PMD nog bij het restafval; in 2025 werd op die manier 17,5 kg PMD per inwoner verbrand. Slechts 19% van het aangeboden fijne restafval betreft daadwerkelijk restafval.
De jaarlijkse Landelijke Benchmark Huishoudelijk Afval (Rijkswaterstaat/NVRD) laat consistent zien dat een financiële prikkel de meest effectieve maatregel is om inwoners te stimuleren hun afval beter te scheiden. Daarnaast blijkt dat een lagere service op restafval, gecombineerd met een hogere service op grondstoffen, de scheidingsresultaten verder verbetert. Uit de benchmark volgt ook dat gemeenten die deze beleidsmaatregelen toepassen doorgaans lagere afvalbeheerkosten realiseren voor zowel de gemeente als haar inwoners. De cijfers van Nederland 2025 zijn nog niet beschikbaar.
De gemeenteraad heeft in oktober 2024 onder andere vastgesteld dat de frequentie van de restafvalinzameling (voorlopig) niet wordt verlaagd. Hiermee worden beleidsopties die in andere gemeenten bewezen effectief zijn – zoals lagere inzamelfrequentie – momenteel niet ingezet.