We willen gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Denk hierbij aan renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Hierna volgt een toelichting op de uitgevoerde activiteiten.
Renterisico’s
Renterisico’s op korte financieringen hebben we beperkt door de wettelijk voorgeschreven kasgeldlimiet niet te overschrijden. De kasgeldlimiet is het bedrag dat we maximaal met kortlopende schulden mogen financieren. Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn. Fluctuaties in de rente bij korte financiering hebben direct een relatief grote invloed op de rentelasten. Kortlopende financieringen zijn alle financieringen met een (rentetypische) looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet is in de Wet Fido bepaald als een percentage van de begrote uitgaven van de gemeente. Voor 2025 was dat 8,5% van € 628,5 miljoen (2024: € 595,9 miljoen). De kasgeldlimiet 2025 bedroeg dus € 53,4 miljoen (2024: € 50,7 miljoen). In 2025 zijn geen kasgeldleningen afgesloten.
In onderstaande tabel staat de gemiddelde liquiditeitspositie over de afgelopen vier kwartalen.
Bedragen x € 1.000.000 | ||||
Kasgeldlimiet | 1e kwartaal 2025 | 2e kwartaal 2025 | 3e kwartaal 2025 | 4e kwartaal 2025 |
|---|---|---|---|---|
1 Kasgeldlimiet (maximale kortlopende schuld) | 53,42 | 53,42 | 53,42 | 53,42 |
2 Gemiddelde schuld per kwartaal | - | - | - | - |
3 Gemiddeld overschot per kwartaal | 80,59 | 85,33 | 110,26 | 99,77 |
Ruimte (+) / overschrijding (-) (1+2+3) | 134,01 | 138,75 | 163,68 | 153,19 |
Renterisico’s op lange financieringen hebben we beperkt door de wettelijk voorgeschreven renterisiconorm niet te overschrijden. Doel van de renterisiconorm is beheersen van het renterisico bij herfinanciering. Dit betekent dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen maximaal 20% van het begrotingstotaal mogen zijn.
Bedragen x € 1.000.000 | |||||
Renterisiconorm en renterisico's vaste schuld | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 |
|---|---|---|---|---|---|
1 Renteherziening | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
2 Aflossingen | 8,98 | 8,99 | 8,55 | 7,76 | 15,04 |
3 Renterisico (1+2) | 8,98 | 8,99 | 8,55 | 7,76 | 15,04 |
4 Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal) | 125,70 | 120,45 | 116,05 | 113,29 | 111,64 |
5 Ruimte (+) / overschrijding (-); (4-3) | 116,72 | 111,46 | 107,50 | 105,53 | 96,60 |
Tot slot beheersen we het renterisico door de financieringsbehoefte te bepalen vanuit een meerjarige liquiditeitenplanning. Hierbij houden we in de meerjarenbegroting rekening met een rente van 3,50%. Voor een stijging van de langetermijnrente boven de 3,50% hebben we een risico berekend.
Conclusie: we beheersen het renterisico op de korte en lange financieringen en voldoen aan de wettelijke normen.
Koersrisico’s
Koersrisico’s beperken we op verschillende manieren. Uitzettingen uit hoofde van treasury doen we alleen in producten met een vastrentende waarde (dus met een vaste vergoeding). Of we stemmen garantieproducten en uitzettingen af op de liquiditeitsplanning.
Kredietrisico’s
Kredietrisico’s zijn risico's dat we uitgeleend geld niet terug krijgen. Er zijn 4 soorten:
- uitzettingen van middelen vanwege liquiditeitenbeheer,
- garanties van geldleningen,
- verstrekte langlopende geldleningen uit hoofde van de publieke taak,
- debiteuren.
- Bij het uitzetten van middelen vanwege liquiditeitenbeheer zijn de risico’s zeer beperkt. Dit komt door de verankering van het schatkistbankieren in de Wet Fido. Schatkistbankieren betekent dat alle tegoeden boven het drempelbedrag verplicht worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. De enige uitzondering is de onderlinge leenfaciliteit. Dit houdt in dat decentrale overheden wel geld aan elkaar mogen uitlenen. Vanwege het hoge saldo aan liquide middelen hebben we in de voorgaande jaren voor € 51 miljoen aan 10-jaars bulletleningen uitgezet verdeeld over 4 gemeenten. In 2025 hebben we geen nieuwe uitzettingen gedaan.
- We gaven garanties af voor geldleningen waar we direct voor garant staan en ook voor geldleningen met de garantstelling via een waarborgfonds. De beheersing van de kredietrisico’s bij gegarandeerde geldleningen gebeurt voor het grootste deel van de verstrekte garanties via waarborgfondsen. Het gaat om:
- Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).
- Stichting Waarborgfonds Eigen Woning (WEW) / Nationale Hypotheek Garanties (NHG).
- Stichting Waarborgfonds Sport (SWS).
Per 31 december 2025 zijn de gegarandeerde geldleningen voor de gemeente Venlo € 552,1 miljoen. Een specificatie hiervan staat op de balans onder de rubriek passiva. Het grootste deel zijn garanties via het WSW en WEW/NHG: € 494,1 miljoen. Daarnaast is er € 58,0 miljoen aan overige garantstellingen. In 2025 zijn geen nieuwe overige garantstellingen afgegeven.
- Gemeenten mogen leningen verstrekken uit hoofde van hun publiek taak. Dat staat in de Wet Fido. Het verloop van de verstrekte geldleningen in 2025 is als volgt:
Verloop van de verstrekte geldleningen | ||
|---|---|---|
Saldo verstrekte geldleningen per 01-01-2025 | € 44.104 | |
Ontvangen aflossingen | € 7.538 | -/- |
Nieuw verstrekte leningen: | € 3.310 | +/+ |
Saldo verstrekte geldleningen per 31-12-2025 | € 39.876 |
In 2025 hebben we € 3,3 miljoen aan leningen verstrekt. Een bedrag van € 3,0 miljoen hiervan had betrekking op de revolverende kredietfaciliteit die beschikbaar staat aan BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo. Dit bedrag is in 2025 samen met het in 2024 opgenomen bedrag van € 1,4 miljoen ook weer afgelost. De overige verstrekte leningen waren voor startersleningen en zonnepanelen op particuliere daken. Tot slot verstrekten we enkele kleine leningen voor verduurzamingsmaatregelen.
De grote openstaande hoofdsommen eind 2025 zijn:
- € 17,3 miljoen aan BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo.
- € 5,2 miljoen aan BV Campus Vastgoed Greenport Venlo.
- € 6,1 miljoen leningen verstrekt aan de woningcorporaties Antares en Woonwenz. Door de oprichting van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) komen hier geen nieuwe leningen meer bij.
- € 5,7 miljoen verstrekte startersleningen plus het deel dat nog in het fonds resteert.
- € 5,1 miljoen verstrekte leningen uit de 1e en 2e tranche van het project Zonnepanelen op particuliere daken. Uit de 3e tranche zijn nog geen leningen verstrekt.
- € 0,2 miljoen verstrekt aan de Mutsaersstichting.
- Debiteurenrisico’s dekken we in eerste instantie af via goed debiteurenbeheer inclusief aanmanings- en incassotraject. Bedragen die moeilijk invorderbaar zijn waarderen we af via de voorziening dubieuze debiteuren. Dit is afhankelijk van de invorderingsstatus. Een nadere toelichting op het verloop en de wijze van bepalen van de hoogte van de voorziening dubieuze debiteuren staat in de toelichting op de balans.
Liquiditeitsrisico’s
Het risico dat de gemeente Venlo betalingsproblemen krijgt door onvoldoende liquide middelen is heel klein. Er is een aanvullende uitkering als een gemeente niet meer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen (artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet). Daarom staat de solvabiliteitsratio van gemeenten te boek als zeer solide. We kunnen altijd kasgeldleningen aantrekken. Liquiditeitsrisico’s beperken we verder door een kortlopende en een meerjarige liquiditeitsplanning (minimaal vier jaar).
