Onze inzet heeft samen met onze maatschappelijke partners geleid tot de volgende effecten:
- Het aandeel huishoudens met een inkomen op sociaal minimum is meerjarig gedaald en kwam in 2023 (het laatste meetpunt) onder de streefwaarde van7,0%.
- Het aandeel kinderen in armoede is ook meerjarig afgenomen tot de streefwaarde, maar daar in 2023 (het laatste meetpunt) weer net boven gekomen.
- Na een aanvankelijke daling is er sinds 2021 sprake van een stabiel aantal verstrekte bijstandsuitkeringen door de gemeente. Dit zit vrijwel op de bestuurlijk vastgestelde streefwaarde. Tegelijkertijd gaf het UWV meer WW-uitkeringen het afgelopen jaar. Dit aantal ligt nog steeds onder de streefwaarde.
- De netto-participatie, het aandeel van de Venlose beroepsbevolking dat betaalde arbeid verricht, ligt inmiddels op een historisch hoog niveau. Het is met een aandeel van 70,5% significant hoger dan de vastgestelde ambitie van 66,5%.
- Sociale cohesie is een indicator die de mate van verbondenheid, veiligheid en tevredenheid van buurtbewoners met hun sociale woonomgeving aangeeft. De schaalscore hiervoor is sinds 2017 en in 2025 opnieuw licht gedaald en ligt nu ruim onder de streefwaarde.
- De maatschappelijke participatie van inwoners van Venlo lwas in 2015–2025 relatief stabiel. Het grootste deel van de inwoners zit structureel in de middelste participatietreden (met name trede 4 en 5). Het aandeel inwoners in de laagste trede van participatie (trede 1) blijft beperkt. Dit beweegt rond de 2–3%. In 2025 komt dit aandeel uit op circa 3%. Hiermee halen we de gemeentelijke ambitie voor deze trede. Over de gehele periode is daarmee een stabiele participatiestructuur, waarbij slechts beperkte verschuivingen tussen de treden zichtbaar zijn.