Een overzicht van de verplichte BBV beleidsindicatoren staat op Waarstaatjegemeente.nl .
Dit is Venlo in vergelijking met andere gemeenten met 100.000 - 300.000 inwoners.
1.3.1 Maatschappelijke participatie
Bron: Stadspeiling
Toelichting
De tabel geeft het aandeel mensen weer dat zich bevindt op een van de 7 treden van de participatieladder. Het aandeel mensen op trede 1 leeft sociaal geïsoleerd. Dit zijn mensen die minder dan een keer per week contact hebben met andere mensen buiten hun huishouden. De ambitie is om die niet boven de 3% te laten komen. Uit de stadspeiling 2025 blijkt dat deze score zich nu op die kritische grens bevindt.
1.3.1 Maatschappelijke participatie Trede 1
Bron: Stadspeiling
Toelichting
De tabel geeft het aandeel mensen weer dat zich bevindt op een van de 7 treden van de participatieladder. Het aandeel mensen op trede 1 leeft sociaal geïsoleerd. Dit zijn mensen die minder dan een keer per week contact hebben met andere mensen buiten hun huishouden. De ambitie is om die niet boven de 3% te laten komen. Uit de stadspeiling 2025 blijkt dat deze score zich nu op die kritische grens bevindt.
1.3.2 Schaalscore sociale cohesie (0-10)
Bron: Stadspeiling
Toelichting
Schaalscore sociale cohesie (die loopt van 0-10) is een samengestelde indicator en bevat de volgende aspecten : 1. De mate waarin mensen dingen ondernemen, zowel op individueel- als buurtniveau; 2. De mate van solidariteit tussen bewoners, zowel sociaal-emotionele steun als instrumenteel en informatieve steun; 3. De mate waarin bewoners zich betrokken voelen bij de mensen in de buurt. De ambitie is om deze waarde te laten stijgen naar minimaal 5,5.
1.3.3 Versterkte bijstanduitkeringen
Bron: Gemeente Venlo / Suite
Toelichting
Het betreft het jaarlijks decembercijfer van de door de gemeente Venlo verstrekte uitkeringen op basis van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. De ambitie volgt uit de jaarlijkse herberekening op basis van het laatst bekende realisatiecijfer gecorrigeerd op de volumemutaties die het Rijk geprognosticeerd. Daarmee houdt deze aan de landelijke ontwikkeling gerelateerde ambitie rekening met de (voor Venlo gecorrigeerde) ontwikkeling van de prognose.
1.3.4 Netto arbeidsparticipatie
Bron: CBS
Toelichting
Het percentage werkzame beroepsbevolking van de totale beroepsbevolking. De totale beroepsbevolking is het aantal personen tussen de 15-75 jaar die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of - die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking). De ambitie is bepaald op 66,5%. De netto arbeidsparticipatie in Venlo is voor het laatst bekend over 2024 en bedroeg toen 70,4%. Dat is een lichte daling ten opzichte van 2023 toen het 70,8% betrof. De landelijke percentages voor beide jaren zijn 73,2% (2024) respectievelijk 73,1% (2023). Er is dus een zeer geringe trendbreuk ten opzichte van de landelijke lijn, overigens minimaal en zonder direct aanwijsbare reden.
1.3.5 Sociaal minimum
Bron: CBS/Regionaal inkomens onderzoek
Toelichting
Het aandeel huishoudens dat langer dan 4 jaar een inkomen onder de 110% van het sociaal minimum heeft. Het sociaal minimum is het wettelijk vastgestelde bestaansminimum. Het sociaal minimum is gelijk aan de hoogte van de bijstandsuitkering of de AOW. Het bedrag is afhankelijk van de leefsituatie (alleenstaand, alleenstaande ouder, samenwonend met partner) en leeftijd. Voor huishoudens met minderjarige kinderen wordt het bedrag aangevuld met kinderbijslag en kindgebonden budget. Ook bestaat er vaak recht op huurtoeslag en zorgtoeslag. Daarnaast kent de gemeente Venlo lokaal minimabeleid waarop deze huishoudens een beroep kunnen doen. De ambitie is om dit cijfer te laten dalen naar 7% van het aantal Venlose huishoudens. Met een realisatiecijfer van 6,8% over 2023 is deze ambitie gerealiseerd en wordt onderzocht of en hoe het realistisch is de ambitie verder te verhogen door een lager streefpercentage te gaan stellen.
1.3.6 Kinderen in armoede
Bron: CBS/Regionaal inkomens onderzoek
Toelichting
Het percentage aan minderjarige kinderen woonachtig in particuliere huishoudens (met een laag inkomen) per 1 januari van het verslagjaar. Per begrotingsjaar 2024 is noodzakelijkerwijze op andere meetbron overgeschakeld. De indicator meet nu het percentage aan minderjarige kinderen dat woonachtig is in particuliere huishouden met een laag inkomen. De indicator kijkt telkens drie jaar terug. De ambitie is geformuleerd als elk jaar de kinderarmoede verlagen ten opzichte van het vorige meetjaar. En de lokale meetdata worden gebenchmarkt op de landelijke ontwikkeling (cijfer over geheel Nederland). Vanwege veranderingen in meetsystematiek, wordt onderzocht of verbetering van deze indicator te realiseren.
1.3.7 Beindigde bijstanduitkeringen vanwege werkaanvaarding
Bron: Gemeente Venlo / Suite
Toelichting
Het aandeel beëindigde bijstandsuitkeringen vanwege arbeidsaanvaarding ten opzichte van het totaal aantal beëindigde bijstandsuitkeringen. De ambitie is enige tijd geleden bijgesteld op basis van de werkelijkheid dat in de huidige samenstelling van de groep mensen die nu op bijstandsuitkering aangewezen zijn, steeds duidelijker wordt dat voor veel van hen de trap naar betaald werk een trap met veel treden en van lange adem zal zijn. De in periode tot 2020 geboekte resultaten lagen substantieel hoger, maar sindsdien is door de combinatie van structureel krappe arbeidsmarkt en meer langdurige en meervoudige problematieken onder de groep bijstandsgerechtigden focus op uitstroom maar in beperkte mate bepalend en haalbaar. Vandaar dat in 2024 de ambitie ook verlaagd is. Tevens wordt naar de toekomst toe onderzocht of deze indicator completer wordt met een wijziging naar of aanvulling op met inzicht op de mate waarin uitkeringsgerechtigden – binnen de uitkeringssituatie - meedoen naar vermogen.
1.3.8 Aantal versterkte WW uitkeringen
Bron: UWV
Toelichting
U leest hier het aantal WW-uitkeringen in de maand december van het jaar t. Ook wordt gerapporteerd wat het aantal WW-uitkeringen een jaar eerder was. De bron voor deze informatie is de UWV nieuwsflits van januari in t+1.
De eerder over 2024 geconstateerde stabilisatie van het aantal WW-uitkeringen heeft zich in 2025 niet doorgezet, er is voor Venlo met 14% sprake van een substantiële stijging van het aantal WW-uitkeringen in 2024. Het landelijke cijfer ligt op 9,5% stijging, regio Noord-Limburg gemiddeld op 7,7%. In Venlo was over 2024 – tegen de ook toenmalig al stijgende trend in – in Venlo nog sprake van geringe daling.